Wat je al bij je draagt
Hulpbronnen:
wat jij zelf meebrengt, telt het meest.
Wie iets ingrijpends wil veranderen, zoekt de hulp vaak buiten zichzelf. Het onderzoek laat iets anders zien. Het grootste deel van wat je verandert, draag je zelf al bij je. Over hulpbronnen, en waarom je ze soms even kwijt bent.
7 min lezen · David Chitoe
Er is een uitkomst uit therapieonderzoek die de meeste mannen verrast. Van alles wat maakt dat een traject werkt, de methode, de therapeut, de klik, de motivatie, blijkt de techniek maar een klein deel. Vaak niet meer dan één op de zeven. Verreweg het grootste deel zit niet in de begeleider. Het zit in jou. Wat je van huis uit meebracht, hoe je in het leven staat, waar je op terug kunt vallen, weegt zwaarder dan welke methode dan ook.
Dat betekent niet dat je geen hulp nodig hebt. Het betekent dat de hulp niet uit een expert komt die jou beter maakt. De hulp komt uit jou, en voor wie gelooft: uit wat God in jou gelegd heeft. Een goede begeleider helpt vooral om dat weer te zien.
Wat is een hulpbron
Alles wat je overeind houdt of vooruit helpt als het lastig wordt. Grofweg drie soorten.
- Intern. Moed, humor, creativiteit, veerkracht, dat ene beeld waar je rustig van wordt.
- Extern. Een vriend die luistert, je grootvader, de zee, een boek dat je al drie keer las.
- Geestelijk. Je geloof, gebed, stilte, het besef dat je gedragen wordt door Iemand die groter is dan je situatie.
Misschien leun je sterk op één soort. Misschien meng je. Er is geen goede of foute samenstelling. Wel is er iets moois aan die geestelijke laag: het is de enige hulpbron die niet afhankelijk is van jouw conditie van vandaag. Je moed kan op zijn, je vrienden kunnen ver weg zijn, en toch staat er geschreven dat Hij niet loslaat wat Hij begon.
Wat het onderzoek hierover zegt
Waar komt dat beeld vandaan? Uit decennia onderzoek naar wat coaching en therapie werkzaam maakt. Steeds komt hetzelfde terug: het gaat niet om welke methode iemand toepast. Wat wél telt is wat jij zelf aan veerkracht en motivatie inbrengt, hoe de relatie voelt met wie tegenover je zit, en of je zelf verwacht dat het gaat helpen. De techniek is maar een klein stukje van het geheel.
Dat verandert wat ik als therapeut doe. Ik ga niet op zoek naar de juiste techniek voor jouw probleem. Ik ga naast je zitten en kijk samen met jou wat je al bij je hebt en hoe je daar weer bij komt. Ik kom niet als monteur iets repareren dat kapot is. Je bent geen machine met een defect. Je bent, in de woorden van Psalm 139, ontzagwekkend wonderlijk gemaakt, en meestal ben je dat gewoon even uit het oog verloren.
Waarom je ze niet voelt als het zwaar is
Als je in de knel zit, ligt het zelden aan afwezigheid van hulpbronnen. Ze zijn er nog. Je bent er alleen even van afgesneden.
Neem piekeren. Piekeren voelt als nadenken, maar het is iets anders. Het is een tunnel waarin je alleen dat ene probleem nog ziet, en jezelf klein daaromheen. Alles waar je normaal op leunt, verdwijnt uit beeld. Niet omdat het weg is, maar omdat je hoofd geen ruimte meer heeft om het op te merken.
Denk aan Elia. Een van de sterkste mannen uit de Bijbel, de profeet die vuur uit de hemel bad, en van wie Jakobus toch schrijft dat hij "een mens was zoals wij" (Jakobus 5:17). Juist die man zit op enig moment onder een bremstruik in de woestijn en vraagt of hij mag sterven (1 Koningen 19). Uitgeput, bang, ervan overtuigd dat hij er alleen voor staat. God geeft hem geen preek en geen techniek. Hij geeft hem eten en slaap. Pas daarna, uitgerust, hoort Elia God, en niet in de storm of het vuur, maar in een zachte stilte. Zijn hulpbronnen waren er de hele tijd. Hij was er even van afgesneden door pure uitputting.
Het werk is op zulke momenten niet: méér hulpbronnen krijgen. Het werk is opnieuw voelen wat je al hebt. En dat is meer dan je denkt. Wij mannen dragen veel meer bij ons dan we in de moeilijke momenten kunnen zien. Je bent rijker dan het lijkt, juist op de dagen dat je dat het minst voelt.
Drie manieren om er weer bij te komen
1. Loop naar buiten, langzaam
Niet om te sporten. Niet met een podcast. Wandel een half uur en laat je aandacht trekken door wat je opvalt. Een boom, een steen, iets aan de lucht. Neem het serieus. Wat vertelt dit jou nu?
Jezus deed precies dit toen Hij mannen leerde omgaan met hun zorgen. Hij ging niet in discussie met het piekeren. Hij wees naar buiten: kijk naar de vogels van de hemel, ze zaaien niet en maaien niet, en toch worden ze gevoed (Mattheüs 6). En Psalm 19 opent met: de hemel vertelt Gods eer. De schepping is geen decor. Ze is een stem. Even stilstaan bij hoe mooi een vogel eigenlijk is, of hoe het licht valt, is voor wie gelooft even luisteren naar die stem. Ik gun mezelf dat verbaasde stilstaan. De werkelijkheid is er straks nog wel.
2. Zoek een geheugensteun
Denk aan een moment waarop je je sterk voelde, of aan iemand in wiens bijzijn je jezelf mocht zijn. Niet analyseren. Alleen ophalen, en er even bij blijven. Dit is geen zelfsuggestie, het is toegang tot een deel van jou dat er nog steeds is.
Gedenken is trouwens een van de oudste geestelijke gewoonten die er zijn. Toen Israël door de Jordaan trok, moesten ze twaalf stenen opstapelen, zodat ze zich later zouden herinneren wat God had gedaan (Jozua 4). En Paulus schrijft: al wat waar is, al wat eerbaar, rechtvaardig en beminnelijk is, bedenk dat (Filippenzen 4:8). Voor mij is die geheugensteun vaak mijn oma. Een veilig figuur uit mijn jeugd. Als ik nu aan haar denk, hoe ik bij haar mocht zakken, kom ik tot rust. Dat soort momenten heb ik nog steeds nodig om in te verblijven, en ik gun ze mezelf.
3. Vraag jezelf wat je vergeten was
Waar ontleende je vroeger kracht aan, dat je nu al maanden niet meer doet? Waarschijnlijk kun je zo drie dingen noemen als je even stilstaat. Kies er één en pak hem terug.
Bij mij zijn dat dingen die niets hoeven op te leveren: iets bouwen met mijn handen, muziek maken, zingen alsof mijn leven ervan afhangt. Niet omdat het productief is, maar omdat het iets in mij aanraakt dat op andere momenten dichtzit. God gaf je geen geest van angst, schrijft Paulus, maar van kracht, liefde en bezonnenheid (2 Timoteüs 1:7). Die dingen zitten in je. Soms moet je alleen de deur weer opendoen waar ze achter zijn geraakt.
Als je bij mij zou komen
Ik zou niet meteen aan de slag gaan met technieken. Ik zou eerst nieuwsgierig zijn.
Waar leunde je vroeger op zonder erover na te denken? Wie waren de mannen bij wie je van nature zakte? Wanneer voelde je je voor het laatst helemaal jezelf, en wat was daar toen? Wat is er de laatste jaren afgesleten, en wat is stiekem nog steeds precies wat je nodig hebt?
Vanuit die vragen kijken we samen wat past. Soms is dat werken vanuit schematherapie of delenwerk, om te ontdekken welke stukken van jou nog vastzitten in oude patronen en welke juist verder kunnen helpen. Soms is dat de verbeelding gebruiken: op zoek gaan naar dat jongere, blijere kind in jou, dat zich nog wel herinnert waar je van opfleurde voordat het leven ingewikkelder werd. Soms is dat de stilte opzoeken en luisteren of God iets zegt in de laag onder je gedachten. Waar dat past nemen we het geloof er ronduit bij, in de werkwijze is dat geen bijzaak.
Geen van deze werkvormen is een trucje. Het zijn manieren om je opnieuw te laten kennismaken met wat je bij je draagt, en met de Vader die het erin legde en het niet terugneemt.
FAQ
Vaak gestelde vragen over hulpbronnen
Is dit niet gewoon positief denken met een Bijbels sausje?
Nee. Positief denken zegt: overtuig jezelf dat het wel meevalt. Dit zegt iets anders. Er zit werkelijk veerkracht, geloof en levenservaring in je, door God in je gelegd, en in zware tijden ben je er alleen even van afgesneden. Het gaat niet om jezelf iets wijsmaken, maar om opnieuw voelen wat er echt al is.
Moet ik gelovig zijn om hier iets aan te hebben?
Nee. De hulpbronnen waar dit over gaat, mensen, herinneringen, de natuur, veerkracht, heeft ieder mens bij zich. Maar ik geloof dat ze niet toevallig in je zitten en dat je ze niet in je eentje overeind hoeft te houden. Wie dat geloof deelt, mag het meenemen in een traject. Wie het niet heeft, hoeft het niet te hebben.
Ik voel God al een tijd niet. Ben ik dan mijn belangrijkste hulpbron kwijt?
Waarschijnlijk niet kwijt, wel even buiten bereik. Elia zat onder de bremstruik en wilde dood, en God kwam niet in de storm maar in een zachte stilte (1 Koningen 19). Eerst kreeg hij eten en slaap, pas daarna het gesprek. Dat God ver voelt, betekent niet dat Hij weg is. Vaak is het lijf uitgeput en het hoofd te vol om Hem op te merken.
Wat als ik echt niets meer bij me voel?
Dan is dat het eerste waar we samen naar kijken, zonder dat je eerst iets moet voelen. Niet voelen is geen bewijs dat er niets is. Het is meestal een teken dat je overbelast bent, of dat het contact met jezelf lang geleden is afgesneden om te overleven. In een traject herstellen we dat contact stap voor stap.
Wat doe jij dan als je geen technieken op me loslaat?
Ik ga naast je zitten en word nieuwsgierig. Waar leunde je vroeger op, wie waren de mensen bij wie je zakte, wat is de laatste jaren afgesleten. Waar het past gebruiken we werkvormen, gesprek, beeld, lichaamsgericht werk, maar die zijn het gereedschap, niet de kern. De kern is dat je opnieuw leert kennen wat je bij je draagt.
Je draagt meer bij je dan je nu voelt.
Een kennismaking van 60 minuten is vrijblijvend en kost € 50 incl. BTW. In mijn praktijk op de Maliestraat 3, in Utrecht.
Antwoord meestal binnen één werkdag.


